![]() |
|
||||||||||||||||||||||
VOORBEREIDEN | |
| vaststellen hoofdvraag Kies één van de onderzoeksgebieden met bijbehorende hoofdvraag. Kopiëer deze naar je dossier. Oriënteer je op je onderzoeksgebied door middel van de provinciale streekplanbronnen. | |
| formuleren deelvragen Stel zelf vier deelvragen op waarmee je de hoofdvraag kunt beantwoorden. Een deelvraag: - waarin je met behulp van bronnen jouw onderzoeksgebied beschrijft - waarin je de culturele historische waarde aangeeft - over de verschillende belangen in het gebied - waarbij je zelf bronnen verzamelt over de huidige situatie in de buitenopdracht Kijk alvast of de bronnen voldoende informatie geven om jouw deelvragen te beantwoorden. Zet je deelvragen in je leerlingendossier. Laat je docent de deelvragen beoordelen vóór je verdergaat. | |
| plannen Maak eerst een werkplan. Het verloop van je onderzoek houd je bij in je logboek. | |
UITVOEREN | |
| Informatie verzamelen - Selecteer de bronnen die je gaat gebruiken en beoordeel ze op bruikbaarheid. - Voer de buitenopdracht uit. Dit is je eigen bron. | |
| Informatie verwerken Analyseer je bronnen en verwerk de gevonden informatie. | |
AFSLUITEN | |
| vragen beantwoorden Beantwoord de deelvragen en de hoofdvraag. | |
| presenteren Presenteer je conclusies zoals je hebt afgesproken met je docent. | |
| reflecteren Bij het reflecteren bekijk je of je met je groep hebt voldaan aan de leerdoelen. Bespreek met je docent in welke vorm je de leerdoelen evalueert. Dit geldt ook voor je logboek. Als reflectie kijk je ook naar de andere onderzoeksgebieden buiten je regio met dezelfde thema's. Hoe zien andere leerlingen van andere scholen de toekomst en welke keuzes hebben zij gemaakt? Vergelijk jullie keuzes met die van andere leerlingen. | |